Een sector in vrije val
De softwaresector beleeft in 2026 de zwaarste correctie sinds de dotcom-bust. De iShares Expanded Tech-Software Sector ETF (IGV), die de brede softwaresector volgt, daalde deze week opnieuw 9 procent en staat nu 27 procent lager dan aan het begin van het jaar. Het fonds noteert op het laagste niveau sinds november 2023 — alsof twee jaar van koerswinst in vier maanden is verdampt.
De daling is niet het gevolg van zwakke kwartaalcijfers of een macro-economische schok. Het is iets fundamentelers: de markt herprijst de toekomst van een heel businessmodel. Het Software-as-a-Service model, dat twee decennia lang de meest voorspelbare en best gewaardeerde hoek van tech was, staat onder existentiële druk.
AI-agenten als vervanging van complete softwarepakketten
De katalysator is de opkomst van AI-agenten — autonome systemen die taken uitvoeren die voorheen meerdere softwaretools vereisten. Waar een bedrijf eerder licenties kocht voor CRM, projectmanagement, klantenservice en data-analyse als afzonderlijke producten, kan een AI-agent al deze functies in één workflow combineren.
Anthropic lanceerde eerder deze maand een nieuwe generatie AI-agenten die zelfstandig door websites navigeren, databases raadplegen en beslissingen nemen. Meta onthulde deze week Muse Spark, een compact maar krachtig AI-model dat complexe workflows kan doorlopen. De belofte is helder: waarom betaal je per seat per maand voor tien verschillende SaaS-tools als één AI-agent het hele proces kan overnemen?
De markt neemt die belofte serieus. Analisten van Goldman Sachs schatten dat 30 tot 40 procent van de huidige SaaS-uitgaven binnen vijf jaar kan verschuiven naar AI-gebaseerde alternatieven. Dat is geen marginale verschuiving — het is een herdefiniëring van de hele sector.
De winnaars: chipmakers en AI-infrastructuur
Tegenover de softwarecrash staat een sector die juist profiteert van dezelfde trend: de chipmakers. TSMC rapporteerde donderdag een kwartaalomzet van 1.134 biljoen Taiwanese dollar, oftewel circa 35,7 miljard dollar. Dat is een stijging van 35 procent ten opzichte van een jaar eerder en het negende opeenvolgende kwartaalrecord.
De vraag naar AI-chips — de hardware die nodig is om AI-agenten te laten draaien — groeit exponentieel. TSMC verhoogde de prijzen voor geavanceerde chipprocessen met 5 tot 10 procent en klanten betalen zonder morren. Nvidia, AMD en de andere ontwerpers van AI-processors zijn volledig afhankelijk van TSMC's capaciteit.
Het contrast is scherp: de software die bóven op de hardware draait, verliest waarde. De hardware die de AI mogelijk maakt, wordt steeds waardevoller. Het is een verschuiving in de tech-waarderingsketen die nog jaren kan aanhouden.
Niet alle software is gelijk
De correctie treft niet alle softwarebedrijven evenredig. Bedrijven met hoge switching costs, diepe integratie in bedrijfsprocessen en sterke netwerkeffecten — denk aan Microsoft 365, Salesforce en ServiceNow — worden minder hard geraakt dan nichespelers met oppervlakkige producten.
De kwetsbaarste categorie zijn de zogeheten point solutions: tools die één specifiek probleem oplossen. Projectmanagementtools, eenvoudige CRM-systemen en standalone analyseplatforms zijn het makkelijkst te vervangen door een AI-agent die dezelfde functie biedt als onderdeel van een breder systeem.
Ironisch genoeg zijn de softwarebedrijven die zelf AI-agenten bouwen of integreren, beter gepositioneerd dan degenen die het negeren. De markt beloont bedrijven die de transitie omarmen en straft degenen die vasthouden aan het oude model.
Parallellen met eerdere tech-transities
De huidige dynamiek vertoont opvallende parallellen met de transitie van on-premise software naar cloud computing rond 2010-2015. Destijds werden gevestigde namen als Oracle en SAP afgestraft omdat de markt vreesde dat cloud-native concurrenten hun businessmodel zouden vernietigen. Wat volgde was een jarenlange herwaardering — maar de beste bedrijven pasten zich aan en kwamen sterker terug.
De les voor beleggers is dat de markt bij disruptieve verschuivingen de neiging heeft om te overdrijven, in beide richtingen. De initiële sell-off is vaak te heftig. De uiteindelijke winnaars zijn zelden de bedrijven die je aan het begin van de transitie zou kiezen. En de tijdlijn is altijd langer dan analisten voorspellen.
Een daling van 27 procent in vier maanden weerspiegelt echte structurele zorgen, maar ook een flinke dosis paniek. De vraag is niet óf AI de softwaresector zal veranderen — dat staat vast — maar hoeveel van die verandering al is ingeprijsd.
Wat betekent dit voor beleggers?
Voor wie belegd is in brede tech-ETF's is de impact beperkt: softwareaandelen vormen slechts een deel van de index en worden gecompenseerd door de sterke prestaties van chipmakers en AI-infrastructuur. De Nasdaq staat deze week zelfs 4,7 procent hoger dan vorige week, ondanks de software-uitverkoop.
Voor wie individuele softwareaandelen bezit, is selectiviteit nu cruciaal. Bedrijven met sterke AI-integratie, hoge klantretentie en onvervangbare data-assets zijn de waarschijnlijke overlevers. Puur licentie-gedreven modellen zonder AI-strategie lopen het grootste risico.
De bredere boodschap is dat technologie niet één sector is maar een ecosysteem van winnaars en verliezers dat voortdurend verschuift. De SaaS-crash van 2026 is niet het einde van tech — het is het begin van een nieuwe fase waarin de waarde verschuift van software naar intelligentie.

