De wereldwijde strijd om dominantie in kunstmatige intelligentie draait al lang om twee supermachten: de Verenigde Staten en China. Vaak wordt gezegd dat de VS beschikken over de meest geavanceerde chips, terwijl China vooral uitblinkt in goedkope, grootschalige energievoorziening. Maar de belangrijkste vraag is: welk land voegt daadwerkelijk de meeste bruikbare AI-compute toe? Uit nieuwe marktgegevens blijkt dat het antwoord duidelijk is: de Verenigde Staten lopen mijlenver voor, en China komt voorlopig niet in de buurt.
VS zetten enorme sprong in AI-compute
Volgens recente ramingen zullen de Verenigde Staten en hun bondgenoten in 2025 meer dan 25 ZFLOPS aan AI-versnelde rekenkracht toevoegen (FP16 sparse). Dit komt vooral door de massale uitrol van Nvidia’s nieuwe Blackwell-chips. Naar verwachting worden in 2025 circa 4 miljoen Blackwell-GPU’s geleverd. Met een rekenvermogen van ongeveer 4,5 PFLOPS per chip komt dit neer op ongeveer 18 ZFLOPS extra, alleen al door Nvidia. Tel daarbij de groei van Google TPU’s, gespecialiseerde ASIC’s en andere AI-systemen, en het totaal stijgt tot minstens 25 ZFLOPS.
China blijft steken onder de 1 ZFLOPS
China investeert stevig in AI, maar loopt vast op één groot probleem: gebrek aan toegang tot geavanceerde chips. In 2025 worden naar verwachting circa 1,5 miljoen Chinese AI-chips verscheept. Afgezet tegen de prestaties van Huawei’s Ascend 910B (ongeveer 0,4 PFLOPS) komt dit neer op maar zo’n 0,6 ZFLOPS aan nieuwe capaciteit. Inclusief een kleine stroom aan oudere Nvidia- en AMD-chips – goed voor nog eens 0,2 tot 0,3 ZFLOPS – blijft China onder de 1 ZFLOPS. Kortom: ondanks grote inspanningen wordt China structureel beperkt door de chiprestricties en de lagere prestaties van de eigen hardware.
Energie is geen bottleneck — chips wél
Interessant genoeg bouwt China veel meer ruwe energiecapaciteit bij dan de VS. In 2025 zou China meer dan 500 gigawatt aan extra stroom kunnen toevoegen tegenover ongeveer 30 gigawatt in de VS. Maar dit betekent niet dat die energie ook in AI-datacenters terechtkomt. China voegde in 2024 3,9 GW aan datacenter-capaciteit toe. De VS voegden 5,3 GW toe, met een nóg grotere voorsprong in AI-specifieke infrastructuur. Het resultaat: China beschikt wel over energie, maar niet over de chips die nodig zijn om die energie effectief om te zetten in AI-compute.
Vooruitblik richting 2030
Zelfs als China de komende jaren stevig blijft investeren, blijft het gat groot. De huidige projecties laten zien dat China tegen 2030 zou kunnen groeien richting 19 ZFLOPS, maar daarmee blijft het alsnog onder het niveau waar de VS al in 2025 zullen staan.
Hoewel China massaal inzet op datacenters en energiecapaciteit, blijft één factor doorslaggevend: toegang tot high-end AI-chips. Op dat gebied blijft de voorsprong van de Verenigde Staten enorm. De komende jaren lijkt de AI-infrastructuur dus vooral door de VS en hun bondgenoten te worden gedomineerd — zowel op chipniveau als in totale rekenkracht.

