Wall Street sloot dinsdag licht lager af in een afwachtende, defensieve sessie. Beleggers namen wat risico van tafel en verkleinden hun blootstelling aan dure technologie- en groeiaandelen, vooruitlopend op het Amerikaanse inflatiecijfer dat een dag later, op woensdag 12 augustus, zou verschijnen. De S&P 500 zakte 0,32 procent tot 7.728,20 punten, de Dow Jones verloor 0,34 procent tot 53.791,85 punten en de technologiezware Nasdaq Composite gaf 0,6 procent prijs tot 26.445,45 punten. Het was voor de brede index de tweede daaldag op rij.
Positioneren voor het inflatiecijfer
De verliezen waren bescheiden, maar het karakter van de sessie was veelzeggend. Het was geen paniek, maar een bewuste stap terug. Met een belangrijk inflatiecijfer voor de deur kozen beleggers ervoor om winst te nemen op de duurste hoek van de markt en hun blootstelling aan hooggewaardeerde groeiaandelen te verkleinen. Wie de afgelopen maanden fors was opgelopen, wilde niet met een volle positie de cijfers in.
Vooral de grote technamen kregen het te verduren. Alphabet, het moederbedrijf van Google, was met een daling van bijna 4 procent een van de zwakste broeders en trok de sector communicatiediensten ruim 2 procent omlaag. Het aandeel stond al langer onder druk sinds Google zijn AI-divisies reorganiseerde en beleggers zich zorgen maken over de fors oplopende investeringen in datacenters. Chipfabrikant Nvidia gaf een vroege winst weer prijs en sloot net onder de streep, ondanks een aankondiging dat het bedrijf met zes grote vermogensbeheerders meer dan 500 miljard dollar wil mobiliseren voor AI-infrastructuur.
Een dag waarop niemand vooruit wilde lopen
De terughoudendheid had ook een bredere achtergrond. Hogere olieprijzen wakkerden opnieuw zorgen over de inflatie aan, precies op het moment dat de markt zich schrap zette voor het CPI-cijfer. De internationale olieprijs Brent steeg dinsdag 1,36 procent tot 88,91 dollar per vat en liep daarmee op de week meer dan 6 procent op, doordat de hoop op een akkoord over de Straat van Hormuz tussen de Verenigde Staten en Iran vervaagde. Duurdere energie betekent hardnekkiger inflatie, en dat is precies wat beleggers vlak voor een inflatiecijfer niet willen zien.
Op de rentemarkt bleef het rustig. De rente op de tienjarige Amerikaanse staatsobligatie noteerde nagenoeg vlak rond 4,68 procent. De obligatiemarkt hield als het ware zijn adem in, in afwachting van dezelfde cijfers waar de aandelenmarkt op wachtte. Het cijfer was extra beladen omdat de Federal Reserve onder voorzitter Kevin Warsh dit jaar een hardere koers vaart: waar de markt eerder rekende op renteverlagingen, hield men nu rekening met een mogelijke renteverhoging in september. De kans daarop werd rond dit cijfer op ongeveer fifty-fifty ingeschat, met de beleidsrente in een bandbreedte van 3,50 tot 3,75 procent.
Economen rekenden erop dat de consumentenprijzen in juli met 0,1 procent zouden stijgen, na een daling van 0,4 procent in juni. Op jaarbasis zou de inflatie afkoelen van 3,5 naar 3,4 procent, en de kerninflatie van 2,6 naar 2,5 procent. Nog altijd ruim boven de doelstelling van 2 procent van de Fed, maar wel de goede kant op. Een meevaller zou de vrees voor een renteverhoging temperen, een tegenvaller zou het omgekeerde doen. Daarmee was de sessie van dinsdag vooral een pauze voor het echte nieuws.
De feiten op een rij
- S&P 500: 7.728,20 punten, min 0,32 procent (tweede daaldag op rij)
- Dow Jones: 53.791,85 punten, min 0,34 procent
- Nasdaq Composite: 26.445,45 punten, min 0,6 procent
- Alphabet zakte bijna 4 procent en trok communicatiediensten ruim 2 procent omlaag
- Nvidia sloot net onder de streep, ondanks een AI-infrastructuurplan van meer dan 500 miljard dollar
- Brent-olie steeg 1,36 procent tot 88,91 dollar per vat, plus meer dan 6 procent op de week
- Tienjarige Amerikaanse rente nagenoeg vlak rond 4,68 procent
- Verwachting CPI juli: plus 0,1 procent op maandbasis, 3,4 procent op jaarbasis (van 3,5 procent)
- Fed-beleidsrente 3,50 tot 3,75 procent; markt hield rekening met mogelijke renteverhoging in september
De les: afwachten is ook een keuze
De sessie van dinsdag laat iets zien wat op de beurs vaak onderschat wordt: soms is de belangrijkste beweging het terugschroeven van risico voordat er nieuws is. Beleggers verkochten niet in paniek, ze verkleinden hun blootstelling aan de duurste aandelen omdat de uitkomst van het inflatiecijfer alle kanten op kon. Dat is geen voorspelling, maar risicobeheer. Wie vol in de duurste hoek van de markt zit vlak voor een cijfer dat de rentekoers kan bepalen, neemt bewust of onbewust een gok.
Het lastige is dat niemand op voorhand weet welke kant een inflatiecijfer opvalt, laat staan hoe de markt erop reageert. Juist daarom is het onderscheid tussen de datum in de agenda en het signaal in de koers zo belangrijk, zoals eerder beschreven in markttiming versus positietiming. Een cijfer kennen is iets anders dan weten wat het met de koers doet.
Een vast en emotieloos systeem hoeft niet te raden hoe het CPI-cijfer uitpakt of hoe agressief de Fed onder Warsh zal zijn. Het volgt per positie wat de data doet en past de blootstelling aan op basis van vaste regels, niet op basis van een onderbuikgevoel over de volgende dag. Zo hoeft het systeem geen gelijk te krijgen over de toekomst; het reageert simpelweg op wat er daadwerkelijk gebeurt in de koersen.
Voor een belangrijk cijfer is afwachten ook een keuze. Beleggers verkleinden hun risico, niet uit paniek maar omdat de uitkomst alle kanten op kon. Het systeem voorspelt het cijfer niet; het volgt per positie wat de data doet.
Dit artikel is bedoeld ter educatie en informatie en vormt geen persoonlijk beleggingsadvies. Beleggen brengt risico's met zich mee; in het verleden behaalde rendementen bieden geen garantie voor de toekomst. Genoemde koersen, standen, percentages en uitspraken zijn momentopnames uit openbare bronnen en bewegen gedurende de handelsdag.

